Het moet vooral geen zuiver academische exercitie worden…

Interview Martijn Groenleer: hoogleraar Regional Law & Governance

Hoe pak je complexe maatschappelijke vraagstukken effectief en legitiem aan, in een wereld die steeds verder Europeaniseert en globaliseert, maar waarin ook steden en vooral regio’s een steeds grotere rol spelen? Over die vraag buigt Martijn Groenleer zich sinds 1 juli 2015 als kersverse hoogleraar Regional Law & Governance. Zijn leerstoel (een gezamenlijk initiatief van Tilburg University en de provincie Noord-Brabant) maakt deel uit van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).

MartijnBrabant is een ‘ondernemende provincie’, stelt Martijn Groenleer met een lach. “Er wordt hier ontzettend veel geïnnoveerd in technologisch, economisch en sociaal-cultureel opzicht. De keerzijde is dat ook de criminaliteit hier goed wortel schiet.” Daar heeft de hoogleraar een punt. Motorbendes, wietteelt, wapenhandel: het zuiden van Nederland kampt met een golf aan gezagsondermijnende criminaliteit. TiREG, het onderzoekscentrum waaraan Groenleer leiding geeft, richt zich onder meer op nieuwe vormen van samenwerking tussen overheid, samenleving én kennisinstellingen bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit.

.

We zitten hier in Tilburg, een stad met een grote illegale wietindustrie. Waarom lukt het maar niet om die echt goed te bestrijden?
“Hoeveel wietplantages op zolderverdiepingen je ook oprolt, ze blijven terugkomen. Het strafrecht alléén is bovendien onvoldoende; het blijkt in de praktijk lastig om de echte criminelen achter de tralies te krijgen, en sowieso is het effect daarvan maar beperkt. Dat moet kortom slimmer kunnen. Bijvoorbeeld door je als overheid bij de aanpak niet alleen te richten op opsporing en vervolging – traditioneel het domein van politie en Openbaar Ministerie –, maar ook door partijen als woningcorporaties en netbeheerders erbij te betrekken. Of je bij hun activiteiten aan te sluiten. Tegelijkertijd gaat het niet om die plantage op zolder alléén. Het gaat om een veel breder probleem, om bijvoorbeeld de acceptatie van een fenomeen als thuisteelt: in hoeverre staan we als samenleving toe dat dit plaatsvindt, vaak gewoon in de woonwijk, met alle risico’s van dien?”

Wat zijn andere gebieden waarop TiREG zich zou kunnen richten?
“Ook energie is een mooi voorbeeld van een grensoverschrijdend vraagstuk waarbij meerdere partijen betrokken zijn, op verschillende niveaus. We gaan de komende jaren toe naar één Europese energiemarkt, waarin netten aan elkaar worden verbonden, en de stroom steeds schoner moet worden. Tegelijkertijd wordt de concrete uitvoering daarvan vaak bij uitstek een lokale of regionale kwestie; van enkele grote spelers gaan we waarschijnlijk toe naar een markt waarin meerdere kleinere spelers actief zijn, bijvoorbeeld als het gaat om het decentraal opwekken van energie. In Brabant is al een relatief groot aantal energiecoöperaties actief. Via deze coöperaties kunnen burgers zowel schone stroom afnemen als aan het net leveren. Het is interessant om te onderzoeken hoe dat hele systeem van energieproductie en -consumptie opnieuw kan worden vormgeven. Hoe gaan we dit organiseren? Welke sociale innovaties, naast technologische en economische, zijn daarvoor nodig? Allemaal vragen die de komende jaren steeds relevanter gaan worden en waar ook TiREG zich mee bezig zal houden.”

Steeds vaker worden zaken op een lager schaalniveau aangepakt.
“Precies. Of eigenlijk, op verschillende schaalniveaus tegelijk: multilevel governance. Wat je ziet is dat steeds meer lokale bestuurders ‘hun rol pakken’ als het gaat om de aanpak van maatschappelijke problemen die de officiële gemeentegrenzen overschrijden. Steeds vaker wordt er op regionaal niveau samengewerkt met andere gemeenten maar ook met private partijen en burgerinitiatieven, of met steden en regio’s in andere landen. Wij zijn vooral geïnteresseerd in de vraag: hoe kun je dit soort ontwikkelingen beter begrijpen? En hoe kun je de belofte van samenwerking – grotere uitvoeringscapaciteit, meer efficiency, een effectievere aanpak – ook echt tot volle wasdom laten komen? Denk bijvoorbeeld ook aan de recente decentralisaties in de zorg. Tegelijkertijd roepen dergelijke ontwikkelingen belangrijke vragen op over legitimiteit: hoe zorg je ervoor dat die samenwerking zich niet onttrekt aan democratische controle en dat er sprake is van publieke verantwoording over gerealiseerde effecten? We willen ons nadrukkelijk niet verliezen in puur academisch onderzoek en dan over een paar jaar een keer met een artikel of rapport komen. We willen vooral ook een handelingsperspectief schetsen en zo een concrete bijdrage leveren aan het verbeteren van bepaalde processen.”

Vanuit welke invalshoek doet TiREG dat?
“Zelf heb ik een bestuurskundige en deels juridische achtergrond, maar we gaan ook specialisten uit andere disciplines – economie, sociologie, organisatiekunde – bij ons onderzoek betrekken. Ook erg interessant zijn de ontwikkelingen rondom de Graduate School voor Data Science in Den Bosch, een nieuw initiatief van Tilburg University en de TU in Eindhoven. Hoe kun je die big data waar je zoveel over hoort, inzetten voor smart governance? Big data kan bijvoorbeeld helpen om eerder in de smiezen te krijgen wanneer iets een probleem zou kúnnen worden of om een betere probleemdiagnose te stellen, door informatie van verschillende partijen over bepaalde indicatoren – zoals betalingsachterstanden en energieverbruik – in samenhang te bezien. Zo kun je als gezamenlijke partijen tijdig interveniëren. Hier kleven natuurlijk de nodige juridische en ethische haken en ogen aan. Big data biedt zeker kansen, maar dwingt vooral ook tot kritisch nadenken over uitwisseling, gebruik en interpretatie van data.”

Jouw leerstoel is een gezamenlijk initiatief van Tilburg University en de provincie Noord-Brabant. Welke rol zie jij weggelegd voor BrabantKennis?
“BrabantKennis kijkt van een afstand en met een langetermijnperspectief naar wat de provincie de komende jaren moet en kan doen, en vanuit die rol heeft het de afgelopen tijd een enorm netwerk in de Brabantse samenleving opgebouwd. TiREG maakt graag actief deel uit van dit netwerk en de experimenteeromgeving die BrabantKennis biedt. Die kunnen wij weer gebruiken om onze kennis aan te scherpen en nieuw, meerjarig onderzoek op te zetten rondom opkomende thema’s. Op die manier versterken we elkaar optimaal.”

Tot slot: wanneer is TiREG in jouw ogen een succes?
“Zoals ik al zei: het moet vooral geen zuiver academische exercitie worden. Natuurlijk streven we een hoge kwaliteit van onderzoek en, daaraan gekoppeld, onderwijs na, via bijvoorbeeld inspirerende publicaties en innovatieve onderwijsvormen. Maar een bestuurder, ondernemer of burger die mede dankzij ons werk nieuwe inzichten opdoet waardoor we als samenleving problemen rondom bijvoorbeeld veiligheid, energietransitie of zorg effectiever en legitiemer kunnen tackelen: daar doen we het uiteindelijk voor.”

Interview: Joost Peters (Textuur)