Interview: Later begint nú!

Nieuwe directeur Stichting Toekomstbeeld der Techniek

Later begint nú, betoogt toekomstonderzoeker Patrick van der Duin. Daarom zet Fontys Academy for Creative Industries momenteel in Tilburg een Toekomstlab op, voor organisaties die de toekomst gestructureerd willen verkennen. ‘Te vaak hangt er nog een zweem van ‘voorspellen’ rond dit vakgebied.’

Patrick van der Duin_zw vEen enorm cliché, maar daarom nog niet minder waar: de wereld verandert steeds sneller. Des te verwonderlijker dat mensen en organisaties zich vaak vooral bezighouden met de korte termijn, maar zelden met de situatie over tien jaar of nog verder weg, constateert Patrick van der Duin. Als toekomstonderzoeker bij Fontys en (nu nog) de TU Delft, is hij ervan overtuigd dat we meer zouden moeten nadenken over een tijdspanne die verder strekt dan alleen de komende jaren.

Wat levert nadenken over de toekomst ons op?
‘Doe ik over tien jaar nog exact hetzelfde als nu? Door jezelf regelmatig die vraag te stellen, dwing je jezelf om na te denken over mogelijke toekomstscenario’s en geef je als vanzelf richting aan het heden. De toekomst gaat eigenlijk juist heel erg over het nu: om straks de boot niet te missen, zul je nú al moeten veranderen.’

Waarom schuiven mensen en organisaties die toekomst dan toch graag voor zich uit?
‘Dat heeft om te beginnen eenvoudigweg te maken met tijdgebrek; organisaties worden nu eenmaal vaak zo in beslag genomen door de korte termijn, dat ze niet toekomen aan uitgebreide bespiegelingen over de tijd daarná. Daar komt bij dat het – zeker bij publieke of semipublieke organisaties – gaat om onderwerpen die politiek gevoelig kunnen liggen. Liever sluiten we onze ogen voor conclusies die wellicht onprettig zijn in het licht van het nu. En verder heeft het ook te maken met het simpele feit dat mensen vaak niet echt weten hoe ze dat het beste kunnen aanpakken, zo’n toekomstverkenning. Te vaak hangt er nog een zweem van ‘voorspellen’ rond dit vakgebied.’

Hoe kun je de toekomst het beste verkennen?
‘Er bestaan allerlei handige methodes en technieken waarmee je de toekomst te lijf kunt gaan. Die keren ook terug in mijn boek Toekomstonderzoek voor organisaties, dat voor het eerst verscheen in 2012 en dat sinds kort ook in Engelse vertaling beschikbaar is. Met die methoden en technieken kunnen organisaties gestructureerd toekomstonderzoek uitvoeren, waarna ze de uitkomsten daarvan kunnen meenemen in het besluitvormingsproces. Om organisaties te ondersteunen bij het kijken naar de toekomst, zetten we momenteel – vanuit mijn lectoraat bij Fontys Academy for Creative Industries – een Toekomstlab op.’

Wat gaat daar precies gebeuren?
‘In het Toekomstlab willen we mensen en organisaties de tools, de rust en de ruimte bieden om na te denken over de toekomst. Binnen onderwijsinstellingen als Fontys vindt veel onderzoek plaats en is er enorm veel kennis beschikbaar over de toekomst. Dat materiaal kan prima als basis dienen voor interessant vervolgonderzoek. Maar ook bij andere kennisinstellingen – zoals BrabantKennis – is er vaak enorm veel kennis voorhanden die organisaties kan helpen bij het uitstippelen van toekomstscenario’s en bij het formuleren van een helder toekomstbeeld. Met het Toekomstlab willen we dit vervolgonderzoek faciliteren. Momenteel zijn we nog druk bezig met het zoeken van partners die hier met ons aan willen deelnemen, maar het is sowieso de bedoeling dat het Toekomstlab ergens eind dit jaar in Tilburg zijn deuren opent.’

Vanuit je lectoraat bij Fontys ben je ook ‘trendwatcher’. Wat staat ons te wachten?
‘Vooral op technologisch vlak komt er enorm veel op ons af. 3D-printing, drones, het Internet of Things, bio-informatica… Allemaal voorbeelden van nieuwe technologieën die de komende jaren naar verwachting een enorme vlucht gaan nemen, met alle gevolgen van dien voor de manier waarop we leven en werken. Tegelijkertijd roept al die nieuwe technologie ook weer allerlei ethische vragen op, bijvoorbeeld op het gebied van privacy. Verder gaat ook de arbeidsmarkt flink veranderen; mensen komen steeds meer los van bestaande structuren en nemen steeds meer zelf de regie over hun loopbaan in handen. De traditionele relatie tussen werkgever en werknemer zal daarmee een stuk losser worden, verwacht ik.’

Kunnen we specifiek voor Brabant nog zaken benoemen?
‘Op zich loopt Noord-Brabant netjes in de pas met de rest van Nederland. Wat ik wél zie, is dat Brabant zich via de stedenrij Breda, Tilburg en Eindhoven meer en meer ontwikkelt tot een nieuwe Randstad. Ik proef hier dezelfde energie en ondernemingskracht zoals ik die ook in mijn woonplaats Amsterdam aantref, met veel ruimte voor experiment en creativiteit. Waar die Brabantse energie vandaan komt? Misschien schuilt het geheim wel in het bourgondische karakter van deze provincie; Brabanders zijn doorgaans gericht op een prettige sfeer en voelen niet de behoefte om elkaar beperkingen op te leggen. Leven en laten leven, kortom. En dat is goed voor het experimentele klimaat.’

Per 1 september begin je als directeur van de Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT).
‘Klopt. Sinds 2006 werkte ik als lector bij Fontys én als universitair docent op het gebied van toekomstonderzoek en innovatiemanagement bij de TU Delft. Vanaf september blijf ik een dag per week mijn lectoraat bij Fontys vervullen, de rest van mijn tijd ga ik inderdaad aan de slag bij STT. Dat is een onafhankelijke denktank die zich richt op toekomstverkenningen op het snijvlak van technologie en samenleving. Technologische vooruitgang vormt vaak de opmaat voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen, vandaar dat we de technologie als uitgangspunt nemen. Bijzonder aan het werk van STT is dat er – in tegenstelling tot de meeste toekomstverkenningen – écht ver vooruit wordt gekeken, naar tijdspannes van twintig jaar en nog verder weg. Dat maakt het werk interessant én uitdagend. Je weet natuurlijk nooit precies wat de toekomst brengt, maar ik heb er in elk geval veel zin in.’

Tekst: Joost Peters